Hooikoorts

Tekst: H.D. Oei en S.B. Tjiook


Allergieën komen tegenwoordig vaker voor dan vroeger. Men schat dat 15 - 20 % van de mensen wel last heeft van een allergie. Onderzoek heeft aangetoond dat in Nederland huisstofmijtallergie het meest voorkomt. Deze wordt gevolgd door hooikoorts.

Hooikoorts is een ieder jaar terugkerende seizoensgebonden aandoening, die berust op overgevoeligheid voor de pollenkorrels (stuifmeel) van windbestuivende planten. De benaming hooikoorts is echter verwarrend: de ziekte heeft niets met hooi te maken en meestal is er geen sprake van koorts.
De officiële medische term, die beter de lading dekt, is pollinose.

In de periode 1978 - 1982 werden in Nederland gemiddeld 25 nieuwe hooikoortspatiënten per 10.000 inwoners per jaar geregistreerd. In een totale bevolking van 15 miljoen mensen komt dit neer op 37.500 nieuwe gevallen per jaar. Geschat wordt dat er in Nederland minimaal 225.000 hooikoortspatiënten zijn, wat overeenkomt met 1,5% van de bevolking.

Graspollen is in West-Europa de belangrijkste verwekker van hooikoorts. In de bloeiperiode van de grassen (half mei tot augustus) treden bij hooikoortspatiënten als gevolg van een allergische reacktie van de slijmvliezen van de neus, keel en ogen de volgende verschijnselen op. Jeukende, rode, tranende ogen, niesbuien en neusverstopping. De jeuk kan men ook voelen in de oren en in de keel, wat leidt tot hoesten, stemklachten en schrapen van de keel. Door de gewollen neusslijmvliezen raakt de afvoer van de neusbijholtes naar de neus vaak verstopt. Dit geeft dan een vol gevoel in het hoofd en een zeurderige hoofdpijn.
In ernstige gevallen zijn er ook klachten van de diepere luchtwegen, zoals hoesten met het opgeven van slijm, piepen en kortademigheid.
Een bestaand constitutioneel eczeem kan verergeren. Sommige patiënten kunnen een gevoel van lusteloosheid en vermoeidheid hebben.

Hoe ontstaat hooikoorts?
Hooikoorts ontstaat niet zomaar. Men moet er een erfelijke aanleg voor hebben. Daarnaast moet men natuurlijk met pollen in aanraking komen. Een erfelijke aanleg blijkt uit het voorkomen van dit soort allergie bij directe familieleden. De meeste kans om met stuifmeel in aanraking te komen heeft men tijdens de bloeiperiode van de grassen en bij winderig weer. Er moet dus voldoende aanleg en blootstelling zijn voordat een allergie zich kan ontwikkelen. Dit proces vraagt enkele tot vele zomers of jaren.
De maand waarin men geboren wordt blijkt ook van invloed te zijn. Kinderen geboren in de periode december-februari vertonen vaker een allergie voor graspollen dan kinderen die geboren zijn in de periode september-november.
Bij veel mensen begint de graspollenallergie tussen het 10de en 20ste jaar veel klachten te geven. Er zijn echter veel uitzonderingen: soms krijgen kinderen al op jongere leeftijd hooikoorts. En er zijn mensen die pas last krijgen op hun 40ste. Bij de meesten nemen na een jaar of twintig de klachten af.

Behalve door een overgevoeligheid voor stuifmeelkorrels van grassen kunnen hooikoortsklachten ook veroorzaakt worden door stuifmeel van bomen (berken, elzen, hazelaars) en onkruid (bijvoet). De klachten treden op afhankelijk van de bloeitijd van het betreffend gewas. De hazelaar en els bloeien vroeg in het jaar: februari en maart. De berken bloeien in april en mei, grassen van mei tot eind augustus en de bijvoet vooral in de maand augustus.
Op zonnige, winderige dagen neemt de pollenconcentratie in de lucht toe en verergeren de hooikoortsklachten. Bij regenachtig weer slaan de pollen neer en verminderen of verdwijnen de klachten. Binnenshuis heeft men minder last dan buiten, en midden in de stad minder dan in de polder. Ook heeft men minder klachten bij een verblijf aan zee, vooral als er een westenwind staat.
De laatste jaren komen in Nederland vrij veel berken voor; in het wild op vochtige zandgronden, maar vooral ook aangeplant langs de wegen en in de lanen, parken en tuinen. Als gevolg hiervan worden steeds meer voor berkenpollen allergische hooikoortspatiënten gezien.

Is men voor berkenpollen allergisch, dan is er een vrij grote kans dat men ook een overgevoeligheid voor voedingsmiddelen ontwikkelt. Een Zweeds onderzoek laat zien, dat er een voedselallergie bestaat bij 63% van voor berkenpollen allergische personen.
De voedingsmiddelen waar het om gaat zijn: hazelnoot, walnoot, appel, perzik, kers, peer en meloen.
Hooikoortspatiënten die allergisch zijn voor berkenpollen kunnen, als zij deze vruchten en noten eten, last krijgen van jeuk en een branderig gevoel in de mond en in de keel, soms gepaard met een zwelling van de lippen en de tong. Deze verschijnselen treden meestal binnen enkele minuten op. Andere klachten die als gevolg van deze voedselallergie voor kunnen komen zijn jeukende, tranende ogen, niesbuien en een verstopte neus, jeukende galbulten, astma en zelfs een ernstige algehele reactie (anafylactische shock).
De kans op voedselallergie is groter naarmate men meer allergisch is voor berkenpollen. Hooikoortspatiënten die allergisch zijn voor het stuifmeel van de bijvoet lopen ook risico op een voedselallergie, maar dan voor selderij. Lees hier meer over.

Hooikoorts is een aandoening die veel last kan veroorzaken. Wellicht vindt men de jeukende ogen en niesbuien alleen maar vervelend. Ongeveer 10% van deze patiënten ontwikkelt echter in de loop van de jaren als gevolg van de allergie voor gras- en/of boompollen ook astma. Met een goede behandeling kunnen de klachten binnen de perken blijven.

Behandeling
Er zijn drie mogelijkheden voor behandeling.
1. Zoveel mogelijk de inademing van stuifmeel vermijden. Dit betekent in de praktijk: bij mooi weer binnen blijven of, bij wind uit zee, op het strand verblijven. Natuurlijk lukt dit niet altijd. Een hulp biedt het hooikoortsbericht op Radio 1 na het nieuws van 17.30 en teletekst pagina 709, dat van begin mei tot half juli dagelijks uitgezonden wordt.
2. Medicijnen gebruiken om de klachten te voorkomen of te bestrijden. Huidige anti-allergische medicijnen zijn goed werkzaam en hebben, in tegenstelling tot vroegere middelen, weinig bijwerkingen.
3. Immunotherapie (Injectiekuur). Met deze behandeling wordt de hooikoortspatiënt minder gevoelg gemaakt voor het stuifmeel waar hij allergisch voor is. Het gevols is dat de klachten en het gebruik van medicijnen afnemen. Indien men bij hooikoorts ten gevolge van gras- en boompollenallergie vroegtijdig begint met immunotherapie, kan men de ontwikkeling van astma voorkomen. Er zijn aanwijzingen dat dit eveneens geldt voor het ontstaan van de allergie voor fruit en noten bij personen allergisch voor berkenpollen.

Met bovengenoemde maatregelen en medicijnen is het grootste deel van de hooikoortspatiënten adequaat te behandelen.

Meer over berkenpollen astma:
Artikel H.D. Oei in NTVG (Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde) (abonnement vereist)

Voor het hooikoortbericht:

Pollen informatie dienst LUMC
Allerfre hooikoortsbericht
Pollentellingen natuurkalender